Stel, met een omgevingsvergunning wordt een bouwplan vergund. Maar later blijkt dat (ook) het gebruik van dit bouwwerk in strijd is met het bestemmingsplan. Dit terwijl dit gebruik niet in het besluit is meegenomen. Kunnen B&W dan hiertegen optreden?
Een relatief eenvoudige handhavingszaak zou je zeggen. Maar dat ligt er aan wat je uit de onderliggende stukken van de omgevingsvergunning kunt afleiden.
Als je hier overduidelijk uit kunt afleiden dat het bouwwerk in strijd met het bestemmingsplan zal worden gebruikt, dan heb je grote kans dat – naast de vergunning om te bouwen – ook voor dit gebruik impliciet een vergunning is verleend. Voorwaarde is nog wel dat B&W zich bewust moeten zijn geweest van dit beoogde gebruik, ook al was/is het gebruik in strijd met het bestemmingsplan.
Om te voorkomen dat je in deze netelige positie terechtkomt, waar moet een vergunningverlener (namens B&W) dan alert op zijn?:
- Welke kadastrale percelen worden in de aanvraag erbij betrokken?
- Welke eindsituatie staat er op de situatietekening?
- Welk gebruik staat er op de bouwtekening?
- Is het gebruik ook meegenomen in interne of externe adviezen?
- Wat zegt de ruimtelijke onderbouwing over het gebruik van het bouwwerk? Of er in die ruimtelijke onderbouwing veel of weinig aandacht is besteed aan het omstreden gebruik doet er niet toe.
Bron: ABRvS 22 maart 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1162, r.o. 8 en 9 en ABRvS 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:578, r.o. 2 en 3.