Een handhavingsverzoek slaat piketpaaltjes voor het ‘speelveld’ in beroep

Het handhavingsverzoek bepaalt het ‘speelveld’ in beroep.

Bij handhavingszaken die beginnen met een handhavingsverzoek worden er al meteen piketpaaltjes voor het beroep geslagen. Dit handhavingsverzoek bepaalt namelijk het ‘speelveld’ van het geschil waar de rechter een oordeel over moet geven.

Natuurlijk kan dit handhavingsverzoek – net als bij iedere andere aanvraag1 – worden aangevuld. Denk bijvoorbeeld aan aanvullende locaties of feiten. Maar dit kan niet meer nadat op dit handhavingsverzoek een handhavingsbesluit (het primaire besluit) is genomen. De omvang van het geding is dan al bepaald. In een recente handhavingszaak (april jl.) is dit nog eens uitgemaakt.

Hoe in de praktijk een handhavingsverzoek de omvang van het geding bepaalt

Omwonenden dienen bij B&W een handhavingsverzoek in, omdat zij de nodige geluidsoverlast ervaren van crossmotoren op een nabijgelegen perceel. Het gebruik van dit perceel als crossterrein is in strijd met het bestemmingsplan.

B&W besluiten om het handhavingsverzoek af te wijzen. Volgens de handhavingsstrategie van het college moet er namelijk eerst een waarschuwingsbrief naar de overtreder worden gestuurd. Dit gebeurt dan ook. “Het crossen moet meteen afgelopen zijn en anders volgt er een last onder dwangsom!”, aldus een vrije vertaling van de waarschuwingsbrief.  

De omwonenden zijn verbolgen over deze afwijzing van hun handhavingsverzoek en klimmen in de pen. Er volgt beroep bij de rechtbank.

Inmiddels heeft de waarschuwingsbrief effect gehad. Het crossen is gestaakt.

Maar voor de omwonenden is deze ‘overwinning’ niet voldoende. Ze doen er nog een schepje bovenop. “Fijn dat die herrie nu gestopt is, maar er worden daar ook crossmotoren gepoetst, getest en gerepareerd. Ook dat is in strijd met het bestemmingsplan!”, aldus de omwonenden tijdens de zitting van de rechtbank.

Maar de rechtbank ziet dit anders. Volgens de rechtbank zijn deze activiteiten in overeenstemming met het bestemmingsplan. Het beroep wordt van tafel geveegd.

Dan maar in hoger beroep. Volgens de omwonenden ziet de rechtbank het helemaal verkeerd dat het poetsen, testen en repareren van crossmotoren in overeenstemming is met het bestemmingsplan.

Maar onze hoogste bestuursrechter oordeelt dat de rechtbank de ‘buitengrens’ van het geding heeft overschreden. Het handhavingsverzoek bepaalt namelijk het ‘speelveld’ van het geschil waar de rechter een oordeel over moet geven. En de reikwijdte van een handhavingsverzoek kan na het primaire besluit niet meer worden uitgebreid.2

In dit handhavingsverzoek kaartten de omwonenden alleen het motorcrossen en het gebruik van het perceel als crossbaan aan. De andere activiteiten, namelijk het poetsen, testen en repareren van crossmotoren die bij de rechtbank ter discussie werden gesteld, waren niet genoemd in het handhavingsverzoek. B&W hadden hier dan ook nog geen oordeel over gegeven.

Volgens de Afdeling betekent dit daarom dat het poetsen, testen en repareren van crossmotoren buiten de omvang van het geding vallen. De rechtbank had hier dus geen oordeel over mogen geven. De beroepsgrond hierover had de rechtbank moeten negeren.

Rechtsbescherming binnen de grenzen van het besluit

Zeker, onze wet3 zegt dat wat een eiser aan de orde stelt (bijvoorbeeld in het beroepschrift of tijdens de zitting), bepalend is voor de begrenzing van het geschil waar de rechter een oordeel over moet geven. Dit moet je ook zien in het licht van de primaire taak van de bestuursrechter: het bieden van rechtsbescherming. Om daaraan te voldoen hoeft de rechter ook niet buiten de vordering van eiser te gaan.4

Maar hierbij is het uitgangspunt dat dit alles moet blijven binnen de grenzen van het besluit dat aan de bestuursrechter is voorgelegd.5 Dit is overigens een ambtshalve beoordeling van de rechter. Het maakt niks uit of partijen in het geding dit nu zelf aankaarten of niet. Dit betreft namelijk een kwestie van openbare orde.

Natuurlijk kunnen de omwonenden ook gewoon een nieuw verzoek om handhaving indienen. Maar dit speelt dus in de lopende beroepsprocedure geen rol van betekenis.

  1. Een handhavingsverzoek is een aanvraag in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
  2. ABRvS 7 april 2021, ECLI:NL:RVS:2021:712, r.o. 5.1. 
  3. In artikel 8:69, eerste lid Awb.
  4. Het bieden van deze (subjectieve) rechtsbescherming is ook het richtsnoer van de bestuursrechter. ‘Vroeger’, voor het tijdperk van de Algemene wet bestuursrecht, was dit anders. Toen controleerde de bestuursrechter of het bestuur in alle opzichten rechtmatig handelde (naleving van het objectieve recht).
  5. CRvB 12 mei 2021, ECLI:NL:VRVB:2021:1939, r.o. 4.1.

Bron: ABRvS 19 april 2023, ECLI:RVS:2023:1529.

[wpdiscuz_comments]
Deel dit artikel