De Paragraaf – De Omgevingswet predikt samenhang, maar handhaaft sectorale muren

Samenhang is mooi, maar bevoegdheid blijft de baas

De Paragraaf is een luchtige rubriek met korte vondsten uit de rechtsliteratuur over het omgevingsrecht en het bestuurs(proces)recht.

Geen zware kost, wel geparafraseerde stukjes uit deze literatuur: handig, scherp of gewoon leuk.

Omgevingswet

Omgevingswet: geen einde aan sectorale regels
Is met de Omgevingswet de samenhangende benadering van de ‘fysieke leefomgeving’ bevorderd? Nee. De Omgevingswet maakt geen einde aan aparte (sectorale) regels. En dat is ook logisch. Maar er is wel wat veranderd.

Bestuursorganen mogen alleen beslissen over onderwerpen waar ze wettelijk voor bevoegd zijn. Dat voorkomt dat ze te veel macht krijgen (specialiteitsbeginsel).

De Omgevingswet gaat over de fysieke leefomgeving en activiteiten die daarop (kunnen) ingrijpen (art. 1.2 Omgevingswet). Die leefomgeving staat steeds centraal en bepaalt hoever bevoegdheden strekken. Is een onderwerp al volledig geregeld in andere wetgeving? Dan mag de Omgevingswet daar niets aan toevoegen.

Vooral bij het maken van beleid (zoals een omgevingsvisie) is er ruimte om belangen samen te bekijken. Bij vergunningen kan dat ook, maar alleen als die activiteiten ook procedureel zijn ‘samengesmolten’.1

BOPA: geliefd alternatief voor planwijziging
Driekwart van de BOPA’s zijn oude ‘kruimelgevallen’ (waaronder activiteiten die van tijdelijke aard zijn). En 20% betreft grotere of bijzondere wijzigingen.

Gemeenten geven vaak de voorkeur aan een BOPA boven het aanpassen van het omgevingsplan.2

Omgevingswet kent lange (wets)geschiedenis
De aanloop van de Omgevingswet kent een hele lange voorgeschiedenis. Maar liefst 14 jaar. De eerste kamerstukken dateren al van 2011.3

Bestuursprocesrecht

Snelle afsplitsing Afdeling bestuursrechtspraak
Op 17 juni heeft de Tweede Kamer met ruime steun een motie aangenomen, waarin wordt gevraagd om nog vóór het einde van dit jaar een wetsvoorstel naar de Kamer te sturen om de rechtspraak van de Raad van State los te maken en onder te brengen bij de rechterlijke macht.4

B&W niet bevoegd? Altijd bespreekbaar
In het omgevingsrecht geldt de grondentrechter: nieuwe beroepsgronden die je pas in hoger beroep aanvoert staan doorgaans buitenspel.

Maar dat ligt anders bij een bevoegdheidsvraag. Of B&W wel bevoegd waren om een besluit te nemen, mag ook in hoger beroep nog aan de orde komen. Die vraag gaat dan vóór op andere beroepsgronden.5

Rechters mogen straks ook toetsen aan de Grondwet
Een rechter mag onze wetten nu niet toetsen aan de Grondwet (artikel 120 Grondwet). Alleen de wetgever zelf mag dit toetsen. Deze bepaling kent historische wortels.

Dit toetsingsverbod wordt echter aangepast. Straks kun je een rechter vragen om een wet aan de Grondwet te toetsen als je van mening bent dat die wet in strijd is met de grondrechten.

Of we er iets me opschieten? Dat valt te bezien. In de praktijk zal er waarschijnlijk niet veel veranderen. Zo mogen rechters nu al wetten toetsen aan het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM).

Ook zal de toetsing beperkt blijven tot de ‘klassieke grondrechten’ (zoals de vrijheid van meningsuiting, onderwijs, godsdienst en discriminatieverbod). De sociale grondrechten vallen hierbuiten.6

Tot 29 augustus a.s. kan iedereen hier iets van vinden via een internetconsultatie. Daarna gaat het wetsvoorstel voor advies naar de Raad van State en moeten de Eerste en Tweede Kamer maar liefst twee keer hierover stemmen (artikel 137 Grondwet).7


[1] mr. G.A.H.M. van Ravensteijn, “De samenhangende benadering van de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet.” Verslag van de VMR-bijeenkomst van 11 april 2025, M en R 2025/67.

[2] mr. drs. J. Heymans en mr. A. Collignon, ”De Omgevingswet in de rechtspraktijk”, BR 2025/47.

[3] mr. drs. J. Heymans en mr. A. Collignon, ”De Omgevingswet in de rechtspraktijk”, BR 2025/47.

[4] “Kamermeerderheid wil snelle afsplitsing Afdeling bestuursrechtspraak”, NTB 2025/206.

[5] J.C.A de Poorter, L.A. van Heusden en C.J. de Lange, “Bestuursprocesrecht”, NTB 2025/205 en ABRvS 19 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:650, r.o. 5.2 en 6.

[6] J.C.A de Poorter, L.A. van Heusden en C.J. de Lange, “Bestuursprocesrecht”, NTB 2025/205.

[7] Rijksoverheid.nl, Nieuwsbericht 04-07-2025.

[wpdiscuz_comments]
Deel dit artikel