Privaatrecht? Vergeet het maar! Alleen publiekrecht borgt nog ruimtelijke kwaliteit

Ruimtelijke schoonheid vraagt om harde publiekrechtelijke regels

Negeer eerdere uitspraken van de Afdeling wanneer het gaat om privaatrechtelijke mogelijkheden die ruimtelijke kwaliteitsmaatregelen moeten borgen! Aldus de Afdeling zelf.[1]  

De Afdeling heeft vorige week voor de rechtspraktijk een (nieuwe) scherpere lijn uitgezet hoe je bij een ruimtelijk besluit een groene inrichting, een landschappelijk inpassingsplan of een geluidswal (ruimtelijke kwaliteitsmaatregelen) moet borgen.

Hoe je ruimtelijke kwaliteitsmaatregelen niet (meer) kan borgen:

De Afdeling maakt een eind aan de praktijk waarin ruimtelijke kwaliteitsmaatregelen via eigendom of toezeggingen van de overheid of via privaatrechtelijke afspraken werden veiliggesteld. De volgende manieren zijn niet langer voldoende:

  • Het feit dat de overheid eigenaar of beheerder is van de gronden waarop de maatregel wordt gerealiseerd;
  • Een toezegging van de overheid dat zij als toekomstig eigenaar of beheerder de maatregel zal uitvoeren;
  • Privaatrechtelijke overeenkomsten over de uitvoering van de maatregel.

Hoe je alleen nog maar ruimtelijke kwaliteitsmaatregelen kan borgen:

Alleen publiekrechtelijke borging biedt voldoende rechtszekerheid. Concreet betekent dit: veranker ruimtelijke kwaliteitsmaatregelen in voorwaardelijke verplichtingen in de planregels of in de vergunningvoorschriften. Deze voorwaardelijke verplichtingen kunnen dan worden gekoppeld aan het beoogde gebruik in het plan- of projectgebied. Dit gebruik is dan alleen toegestaan als de ruimtelijke kwaliteitsmaatregelen klaar zijn én in stand worden gehouden.

Als je deze maatregelen op een andere manier publiekrechtelijk kan borgen, dan is dit overigens ook prima. Hoe dan ook, alleen publiekrechtelijk zijn deze maatregelen afdwingbaar voor derden.

Gaat het om een groene inrichting of landschappelijke inpassing? Koppel deze dan altijd aan een concreet inrichtingsplan. Let op: het inrichtingsplan moet zelf ook handhaafbaar zijn.

Aanvullende tips! Gekoppeld aan de voorwaardelijke verplichtingen in de planregels of in de vergunningvoorschriften kun je in het inrichtingsplan – naast een groene inrichting of een geluidswal –  ook andere ruimtelijke zaken borgen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan:

  • Het realiseren en de situering van parkeerplaatsen (ook gehandicaptenparkeerplaatsen);
  • De bereikbaarheid van een reeds bestaande parkeergarage;
  • De bereikbaarheid van reeds bestaande ondernemingen (en hun mogelijkheden om te laden en te lossen);
  • Het wegnemen van reeds bestaande verharding.

Dit alles geldt overigens niet voor vrijwillige (onverplichte) maatregelen die tegemoet komen aan de bezwaren van derden. Dit hoef je dan niet in voorwaardelijke verplichtingen op te nemen.

Waarom is dit belangrijk?

Deze aangescherpte koers van de Afdeling schept duidelijkheid: alleen het publiekrecht is voortaan de enige weg om maatregelen als een landschappelijke inpassing of een geluidswal juridisch te verankeren. Daarmee wordt het belang van juridisch afdwingbare voorwaarden in planregels of vergunningen nadrukkelijk onderstreept.

Bron: ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3076


[1] Uiteraard een geparafraseerde weergave.

[wpdiscuz_comments]
Deel dit artikel