Geen belanghebbende, geen aanvraag: de harde grens van eigendom bij vergunningverlening

Check als vergunningverlener goed of het bouwplan van de aanvrager wel op gronden ligt die ook van hem zijn. Zelfs al gaat het maar om een overbouwsituatie van een dakrand op het perceel van de buurman. Is dat zo, dan is de aanvrager geen belanghebbende en kan er ook geen sprake zijn van een aanvraag.

Twee smaken

Voor zover ik weet, is de jurisprudentie hierover al 20 jaar oud.[1] Maar kennelijk gaat dit nog steeds wel eens fout. Bij een tuinhuis of een uitbreiding van een bedrijfsgebouw op andermans gronden is dit vaak duidelijk, maar het kan hier ook gaan om overstekende dakranden, een goot of een balkon.

In die gevallen zal de aanvrager zijn bouwplan moeten aanpassen. Zo niet, dan moeten B&W beslissen op een aanvraag zoals die is ingediend. En dan mag de aanvraag niet in behandeling worden genomen. Andere ‘smaken’ zijn er niet.

Overigens, staat de naam van de huurder (in plaats van de eigenaar) op het aanvraagformulier, dan is er ook geen discussie dat hij belanghebbende is. Let wel: mits zijn bouwplan maar op zijn gehuurde gronden liggen natuurlijk. Ook een aanvraag van een aannemer kan gewoon inhoudelijk worden behandeld, zolang hij maar in opdracht (vraag een machtiging) van de eigenaar handelt.

In beginsel mag je als vergunningverlener ervan uitgaan dat de aanvrager voor een omgevingsvergunning voor een bouwplan belanghebbende is bij dit besluit. Maar dit ligt anders wanneer aannemelijk wordt gemaakt dat dit bouwplan (privaatrechtelijk) niet gebouwd kan worden.[2]Hier is sprake van wanneer:

  • het bouwplan op gronden ligt van een andere eigenaar (of iemand met andere zakelijke rechten). Dit geldt ook wanneer ‘slechts’ een deel van het bouwplan op andermans gronden ligt (zolang dit deel van het bouwplan functioneel en constructief niet is te onderscheiden van de rest van het bouwplan). In de onderhavige zaak ging het slechts om het overhangen van de rietkraag (van de kapconstructie) tot een overbouwsituatie van 30 centimeter;
  • en die andere eigenaar geen toestemming hiervoor wil geven. En er ook geen andere juridische mogelijkheid is (zoals onteigening of gedogen) om het bouwplan uit te voeren.

In dat geval is de aanvrager geen belanghebbende. En de wet[3] geeft klip en klaar aan wat een ‘aanvraag’ is, namelijk een ‘verzoek van een belanghebbende een besluit te nemen’.

Is de verzoeker dus geen belanghebbende, dan kan de aanvraag niet in behandeling worden genomen.

Dit wordt trouwens ambtshalve door de rechter beoordeelt. Dat doet de rechter dus op eigen initiatief.

Belangrijke rol

In deze zaak hadden B&W wel de aanvraag inhoudelijk beoordeeld. De aanvraag werd door het college geweigerd omdat het bouwplan niet voldeed aan de bouwregels van het onderliggende bestemmingsplan. Fout dus! Het weigeringsbesluit werd daarom door de rechtbank vernietigd (en inhoudelijk niet besproken). B&W hadden de aanvraag niet in behandeling mogen nemen.

Aangezien er geen ander besluit mogelijk was heeft de rechtbank (zoals dat dan zo mooi heet: ‘ter finale afdoening van het geschil’) zelf in de zaak voorzien. Het weigeringsbesluit (het primaire besluit) werd herroepen en de uitspraak verving het vernietigde besluit.

Private eigendom of toestemming van derden kan dus een belangrijke rol spelen bij de vergunningverlening.

Bron: rechtbank Midden-Nederland 18 april 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:1926


[1] ABRvS 29 juni 2005, nr. 200407012/1.

[2] ABRvS 26 juli 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2002, r.o. 2.1.

[3] Artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

[wpdiscuz_comments]
Deel dit artikel